ROBS S.A.

Dakpan-panelen ROBS®, De oplossing voor uw dak …

VI. Montage-instructies

VI.1 Plaatsing van de dakelementen

Er bestaan 3 toepassingsgebieden voor dakpan-panelen:

Nieuw dak Renovatie van het bovendak Dakbedekking met sandwichpanelen

Plaatsing van een onderdakmembraan voorafgaand aan de dwarslatten en vervolgens de latten met regelmatige tussenruimten (volgens de asafstand per type paneel).

Gebruik op dakspanen, roofing, kunstleisteen, … De dwarslatten en het onderdak worden in een zelfdragend systeem geïntegreerd.
Volgorde voor de plaatsing van de elementen
  1. Daksparren
  2. Onderdak
  3. Dwarslatten
  4. Latten
  5. Dakpan-panelen
  1. Bestaande dakbedekking
  2. Dwarslatten
  3. Latten
  4. Dakpan-panelen
  1. Isolerende, zelfdragende panelen met ingebouwde dwarslatten
  2. Latten
  3. Dakpan-panelen

VI.2 Informatie over de dakelementen

De daksparren

Het doorsnede van de daksparren wordt bepaald in functie van hun draagvermogen en belasting.
Tussen de daksparren mag maximaal 50 cm ruimte zijn.

Het onderdak

Breng een onderdakmembraan aan over de daksparren om het condensatiewater op te vangen. Bij een renovatie van het bovendak is die handeling niet altijd nodig, voor zover de bestaande bedekking (bv. dakspanen) nog voldoende waterdicht is.

De dwarslatten

De dwarslatten zijn bedoeld om de hoeveelheid lucht tussen het onderdak en het dakpan-paneel te verhogen en zo de condens tot een maximum te beperken en ook te voorkomen dat die tegen de latten drukt en blijft hangen.
Aanbevolen afmetingen: H 35 mm x L 40 mm.

De latten

De dakpan-panelen worden op de latten bevestigd.
De ruimte tussen de latten hangt af van het type dakpan-paneel.


Econorobs® = 35 cm
Bigrobs® = 40 cm

Aanbevolen afmetingen: H 35 mm x L 40 mm.
Om een voldoende grote hoeveelheid lucht te verkrijgen.
Om een optimale stevigheid van de bevestiging te waarborgen.
Om te voorkomen dat de panelen buiten de latten worden geplaatst.
De schikking van de latten op het dak maakt het mogelijk de panelen vast te hechten voor de rand van de pannen zodat het geheel er mooi blijft uitzien. De as van de latten in verhouding tot de rand van de pan moet minstens 10 mm zijn.
De eerste lat aan de kant van de goot moet 1 cm dikker zijn om de hoogte van de rand van de pan te compenseren. De tekening hiernaast verduidelijkt de plaatsing van de eerste lat. Ze wordt zo dicht mogelijk bij de onderkant van de helling vastgemaakt.

VI.3 Bevestiging

Bevestiging van de panelen

De bevestiging gebeurt steeds in de holte van de golf onder de dwarse plooi van de pan. Voor een optimale waterdichtheid moet de afdichting van EPDM worden samengedrukt en 1 tot 2 mm buiten de aluminium ringetjes uitsteken. Er hoeven geen gaatjes voor uitzetting te worden voorzien.

Bevestiging van de toebehoren

De bevestiging van de toebehoren (zijkanten, slabben, nokpannen van ROBS®) wordt uitgevoerd met zogenaamde “overlapschroeven” (Ø 4,9 x 20 mm), die specifiek bedoeld zijn voor de verbinding van stalen onderdelen.

De plaats van de bevestigingen

Over het algemeen worden de dakpan-panelen altijd in de holte van de golf bevestigd op de volgende plaatsen:

  • Een bevestiging per pan op de eerste rij pannen aan de kant van de goot.
  • Een bevestiging per pan op de rij aan de kant van de nok.
  • Een bevestiging per pan aan de kant van de slab of de zijkant.
  • Enkele bevestigingen aan de oppervlakte (gemiddeld 7 à 8 schroeven/m2).

Bevestig alle elementen met een elektrische schroevendraaier (met een aangepaste kop) en zelfborende schroeven. Er moeten dus vooraf geen gaten worden geboord. Boorsel of vijlsel van staal door het gebruik van boormachines kunnen er trouwens voor zorgen dat de bedekking door oxidatie ernstig beschadigd raakt.

VI.4 Plaatsing van de toebehoren

Stap 1

Zorg voor een draagstructuur die stevig genoeg is en plaats de daksparren MAXIMAAL 40-50 cm van elkaar.

Stap 2

Breng een onderdakmembraan aan.

Stap 3

Bevestig de dwarslatten.

Stap 4

Spijker de latten van onder naar boven vast zodat het dakpan-paneel zich op de juiste plaats bevindt.
(afstand pannen ECONOROBS® = 35 cm, BIGROBS® = 40 cm)*

Stap 5

Plaats de gootslabben en de verbindingen voor de panelen.

Stap 6

Schroef de panelen loodrecht vast aan de goot, te beginnen aan de onderkant van de helling en van rechts naar links.*

Stap 7

Bevestig de zijkanten met behulp van overlapschroeven. *

Stap 8

Bevestig de nokpannen op de afdichtingen en plaats de uiteinden (overlapschroeven).*

*Bevestig alle elementen met een elektrische schroevendraaier (met een aangepaste kop) en zelfborende schroeven. Er moeten dus vooraf geen gaten worden geboord. Boorsel of vijlsel van staal door het gebruik van boormachines kunnen er trouwens voor zorgen dat de bedekking door oxidatie ernstig beschadigd raakt.

 


Nokpan :

Bevestig na de plaatsing van de panelen en eventuele zijkanten de nokpannen en dichtingsstroken.
Bevestig om de twee dakpannen het staal op het staal. De bedekking van de nokpannen onderling gebeurt ter hoogte van de dekstroken (bolle gedeelten).

Zijkanten :

Breng na de plaatsing van de panelen de zijkanten daarop aan en maak ze vast op elke dakpan, staal tegen staal. Aan de kant van de muur om de 40 cm op een houten zijkant bevestigen. Zorg tussen de zijkanten voor een bedekking van 10 cm.

Aansluitstuk gootslabben:

Breng voor de plaatsing van de panelen eerst op de eerste lat de aansluitstukken zodanig aan dat ze aan de kant van de muur in de goot belanden.

Eventueel snijwerk moet worden uitgevoerd met gereedschap dat geen oververhitting van het materiaal veroorzaakt zodat de galvanisatie niet wordt beïnvloed. Slijpmachines (schijven) worden bijgevolg afgeraden.
Ook toebehoren die niet standaard zijn, kunnen worden geleverd. Neem hiervoor contact met ons op.

Nokbedekking tegen een muur 100/120:

Breng na de plaatsing van de panelen de slabben aan op de panelen. Bevestig ze om de twee dakpannen met het staal op het staal. Aan de kant van de muur om de 40 cm op een houten zijkant bevestigen.

Breng het vochtwerende materiaal tussen de muur en de slab aan. Zorg tussen de slabben voor een bedekking van 10 cm.

Nokbedekking gelijk met de muur 150/150:

Breng na de plaatsing van de panelen de nokpannen daarop aan en maak om de twee dakpannen vast, staal tegen staal. Aan de kant van de muur om de 40 cm op een houten zijkant bevestigen. Zorg tussen de nokpannen voor een bedekking van 10 cm.

Muurslab 100/120:

Breng na de plaatsing van de panelen de slabben aan op de panelen. Bevestig om de twee dakpannen het staal op het staal. Aan de kant van de muur om de 40 cm op een houten zijkant bevestigen. Breng het vochtwerende materiaal tussen de muur en de slab aan. Zorg tussen de slabben voor een bedekking van 10 cm.

VI.5 Plaatsing van de panelen rond de schoorsteen

VI.5.1 De lengte van de panelen ter hoogte van de schoorsteen berekenen

Het onderstaande voorbeeld werd verwezenlijkt met de dakpan-panelen van het type Econorobs® (dakpan van 35 cm).

De opmeting

  • Bepaal de doorsnede van de schoorsteen (G en F)
  • Meet op welke plaats de schoorsteen zich bevindt:
    • van de voet van de helling tot het einde van de schoorsteen (A)
    • van de schoorsteen tot de dichtstbijzijnde zijkant (H)

Door de exacte ligging van de schoorsteen op het dak te bepalen, kan een tekening worden gemaakt om te weten te komen of op die plaats 2 of 4 dakpan-panelen nodig zijn om rond de schoorsteen te passen.

WATERDICHTE BEDEKKING MINIMAAL 20 CM
De berekening van de panelen
Onderste panelen 2 en 4
  • Deze panelen moeten voorbij het einde van de schoorsteen uitsteken met een veelvoud van 35 cm (lengte van een pan) in het geval van de Econorobs® of 40 cm in het geval van de Bigrobs®.
  • Bij de verkregen maat moet nog 20 cm worden geteld om ervoor te zorgen dat de bovenste panelen en de onderste panelen overlappen.
  • In ons voorbeeld: 3,35 m (A): 0,35 m = 9,57 pannen ofwel 10 pannen van 0,35 m = 3,50 m (E). 3,50 m + 0,20 m (overlapping) = 3,70 m (C) lengte van de 2 onderste panelen.
Bovenste panelen 3 en 5
  • Van de lengte van de helling (B) hoeft alleen maar de nuttige lengte (E) van de onderste panelen te worden afgetrokken.
  • In ons voorbeeld 5,60m (B) - 3,50m (E) = 2,10 m (D) lengte van de 2 bovenste panelen.
VI.5.2 De plaatsing

Klassiekste voorbeeld

Werkwijze voor de montage

  1. Start de plaatsing van de panelen aan de rechterkant.
  2. Versnijd de panelen 2 en 4 rond de schoorsteen.
  3. Plaats de panelen 1-2-3-4-5-6-enz. in volgorde... met het vochtwerende materiaal rond de schoorsteen.

De schoorsteen waterdicht maken

  1. Breng een eerste strook lood (tekening A) aan op de onderste wand van de schoorsteen en op de pannen 2 en 4.
  2. Breng zijstroken lood (tekening B) aan op de schoorsteen en op de pannen 2 en 4. Die stroken lood overlappen de strook in punt 1.
  3. Breng de laatste strook lood aan op de bovenste wand van de schoorsteen en onder de panelen 3 en 5 evenals tussen de panelen 2/3 en 4/5. Naargelang de afmetingen van de panelen en de schoorsteen kan het gebeuren dat een ruimte ontstaat tussen de schoorsteen en de bovenste panelen – zie blauwe zone. Dicht de leegte in dat geval met een latje om te voorkomen dat de vochtwerende eigenschappen van het lood afzwakken.

Voorbeelden van de plaatsing van de panelen rond de schoorsteen.

  • De blauwe zone stemt overeen met een eventuele leegte die moet worden gedicht met een latje.
  • De rode lijnen komen overeen met de rand van het snijwerk dat moet worden verricht rond de schoorsteen (laat tussen de schoorsteen en het paneel een ruimte van 3 cm vrij).

  • Voorbeeld 1: Het principe is hetzelfde als in het uitvoerige voorbeeld, alleen betreft de voorgestelde plaatsing hier slechts 2 panelen die over elkaar worden bevestigd.
  • Voorbeeld 2: Zie uitvoerig voorbeeld.
  • Voorbeeld 3: Twee panelen boven elkaar. Het onderste paneel moet rond de schoorsteen worden gesneden.
  • Voorbeeld 4: Als de schoorsteen zich op de nok bevindt, moet het paneel gewoon rond de schoorsteen worden gesneden. De lengte van het paneel is gelijk aan de lengte van het hellende vlak.

VI.6 Plaatsing van de panelen rond een VELUX ®

VI.6.11 De lengte van de panelen ter hoogte van de VELUX® berekenen

Het onderstaande voorbeeld werd verwezenlijkt met de dakpan-panelen van het type Econorobs® (dakpan van 35cm).

De opmeting

  • Bepaal de afmetingen van de VELUX® (E et F)
  • Meet op welke plaats de VELUX® zich bevindt:
    • van de voet van de helling tot de onderkant van de VELUX® (C)
    • van de dichtstbijzijnde zijkant tot de VELUX® (H)

Door de exacte ligging van de VELUX® op het dak te bepalen, kan een tekening worden gemaakt om te weten te komen of op die plaats 2 of 4 dakpan-panelen nodig zijn om rond de VELUX® te passen.

De berekening van de panelen
Onderste panelen 2 en 4
  • De lengte van deze panelen wordt bepaald vanaf de voet van de helling van het dak tot aan de onderkant en onder het lood van de VELUX®;
  • In ons voorbeeld (C) = 1,28 m (lengte van de 2 onderste panelen).
Bovenste panelen 3 en 5
  • Deze panelen overlappen de panelen 2 en 4.
  • Van de lengte van de helling (B) hoeft alleen maar de nuttige lengte van de onderste panelen (D) te worden afgetrokken. Het gaat in feite om het aantal volledige pannen van het paneel C = 1,28 m : 0,35 = 3,65 pannen dus 3 pannen van 0,35 m = 1,05 bruikbare meter (D).
  • In ons voorbeeld, (B) 5,60 m – (D) 1,05 m = (A) 4,55 m (lengte van de 2 bovenste panelen).

Belangrijke opmerking: De nuttige lengte (veelvouden van 35 cm) van de onderste panelen moet worden verlengd met minstens 20 cm voor de overlapping. Alle onderste panelen met een lengte tussen 1m05 en 1m24, 1m40 en 1m59, 1m75 en 1m94, 2m10 en 2m29, 2m45 en 2m64, 2m80 en 2m99, enz. moeten worden bedekt met een extra stuk dakpan. In dat geval moet slechts 35 cm aan de bovenste panelen worden toegevoegd zodat die de onderste panelen voldoende overlappen en zo de waterdichtheid waarborgen.

VI.6.2 Plaatsing

Klassiekste voorbeeld

Werkwijze voor de montage

  1. Start de plaatsing van de panelen aan de rechterkant.
  2. De onderste panelen 2 en 4 worden onder het lood van de VELUX® geplaatst, zo dicht mogelijk tegen de lijst.
  3. De bovenste panelen 3 en 5 worden rond de VELUX® zo dicht mogelijk tegen de lijst afgesneden en overlappen de onderste dakpan-panelen.
    De aansluiting tussen de VELUX® en het dakpan-paneel is een goot voor dakpannen die deel uitmaakt van de lijst.
  4. Zet de plaatsing van de panelen op de gebruikelijke manier voort.

Voorbeelden van de plaatsing van de panelen rond de VELUX®. De rode lijnen komen overeen met de randen van het snijwerk dat moet worden uitgevoerd rond de VELUX®. Voorzie een ruimte van 3 cm tussen de lijst en het dakpan-paneel.

  • Voorbeeld 1: Als de VELUX ® zich onder aan de helling bevindt, moet het paneel gewoon rond de lijst worden afgesneden. De lengte van het paneel is gelijk aan de lengte van het hellende vlak.
  • Voorbeeld 2: Zie het uitvoerige voorbeeld hieronder. 4 panelen worden gemonteerd op de rand van de VELUX®. De 2 bovenste panelen moeten worden afgesneden rond de lijst.
  • Voorbeeld 3: Zie het uitvoerige voorbeeld hieronder, alleen is hier de bevestiging van 2 panelen op de rand voldoende. Het bovenste paneel moet worden afgesneden rond de lijst.

VI.7. Voorzorgsmaatregelen

Hantering van de dakpan-panelen:

Vervoer de dakpan-panelen horizontaal om te vermijden dat ze plooien of breken (door hun vorm is de hardheid van de dakpan-panelen tegengesteld aan die van een traditionele geprofileerde plaat en u moet erop letten dat de bekleding aan de zijkant van de dakpannen niet vervormt om een naadloze aansluiting te waarborgen). Voor de verplaatsing van de panelen naar het dak wordt ook aangeraden in het verlengde van het oppervlak van het dak twee balken te plaatsen die tot tegen de grond reiken om het paneel omhoog te trekken zonder het te vervormen.

Lopen op de dakpan-panelen:

Stap steeds in de holte of op het uiteinde van de golf.

Snijden van de dakpan-panelen:

GEBRUIK NOOIT SLIJPMACHINES (SCHIJVEN).
Gebruik gereedschap met een lage snijsnelheid zodat de verschillende bedekkingen niet worden beschadigd en zorg er ook voor dat de kathodische bescherming niet verloren gaat (bv.: handzaag – kniptang – metaalzaag – elektrische decoupeerzaag).

Reiniging

De resten en het metalen vijlsel worden verwijderd met een fijne borstel. Vuile plekken die mettertijd ontstaan, kunnen worden gereinigd met geschikte niet-bijtende reinigingsmiddelen.